Zwangerschap bij de hond: de ontwikkeling van pups in de buik

Hieronder zie je de ontwikkeling van de pups in de buik.

Week 1 (0 tot 7 dagen):

 

De bevruchting vindt plaats in de eileiders, die de eierstokken met de baarmoeder verbinden. De baarmoeder van de hond bestaat uit twee lange baarmoederhoorns en een kort baarmoederlichaam, dat via de baarmoederhals (cervix) in verbinding staat met de schede.

Na de bevruchting verplaatsen de bevruchte eicellen (zygotes) zich via de eileiders naar de baarmoederhoorns. Daar ontwikkelen zij zich verder tot embryo’s en nestelen zij zich in het baarmoederslijmvlies. In de vroege ontwikkelingsstadia zijn de embryo’s relatief goed beschermd tegen invloeden van buitenaf, maar zij blijven gevoelig voor schadelijke factoren zoals bepaalde infecties, medicijnen en ernstige gezondheidsproblemen van de moeder.


Week 2 (8 tot 14 dagen):

 

Het embryo bereikt nu de baarmoeder. In deze periode verspreiden de embryo’s zich over de twee baarmoederhoorns, zodat zij voldoende ruimte hebben voor hun verdere ontwikkeling. Rond het einde van de tweede tot het begin van de derde week hechten de embryo’s zich vast aan het baarmoederslijmvlies (innesteling).

Tijdens deze fase delen de embryocellen zich snel en specialiseren zij zich tot verschillende weefsels en organen. Aan het begin van deze periode bestaat het embryo uit slechts enkele cellen, maar door voortdurende celdeling neemt het aantal snel toe.

Na ongeveer twee weken is het embryo nog zeer klein. De eerste aanleg van het zenuwstelsel, de wervelkolom en de ledematen begint zich te vormen. Het embryo wordt aanvankelijk gevoed via de dooierzak en later via de zich ontwikkelende placenta. In deze vroege ontwikkelingsfase is het embryo gevoelig voor schadelijke invloeden, zoals ernstige ziekte van de moeder, bepaalde medicijnen, giftige stoffen en infecties, die de normale ontwikkeling kunnen verstoren.


Week 3 (15 tot 21 dagen:

Rond dag 19 tot 21 van de dracht nestelen de embryo’s zich in het baarmoederslijmvlies. Tijdens deze innesteling worden zij omgeven door de vliezen die later samen met de placenta voor voeding en bescherming zorgen.

Rond de derde week van de dracht kunnen sommige teven verschijnselen van “drachtmisselijkheid” vertonen. Door hormonale veranderingen kunnen zij tijdelijk minder eetlust hebben, misselijk lijken of af en toe braken. Dit is meestal van korte duur en verdwijnt vanzelf.


Week 4 (22 tot 28 dagen):

Ontwikkeling van de ogen en de wervelkolom

In de vierde week van de dracht krijgt het hoofdje steeds meer vorm. Ook de aanleg van de ogen, oren, wervelkolom en inwendige organen ontwikkelt zich verder.

De embryo’s zijn inmiddels gelijkmatig verdeeld over de beide baarmoederhoorns. In deze periode groeien zij van ongeveer 5–10 mm tot 14–15 mm lengte. Tegen het einde van de vierde week zijn de embryo’s ongeveer zo groot als een walnoot.

De organen zijn volop in ontwikkeling, waardoor de embryo’s in deze fase bijzonder gevoelig zijn voor schadelijke invloeden, zoals infecties, giftige stoffen en bepaalde medicijnen.

 Aan het einde van deze week kunnen de melkklieren van de teef iets groter worden als voorbereiding op de lactatie. Meestal is er echter nog weinig zichtbare verandering aan de buikomvang; de buik begint doorgaans pas in de tweede helft van de dracht duidelijk toe te nemen.

Tussen dag 26 en 32 kan een dierenarts door middel van palpatie (het voorzichtig voelen van de buik) vaak vaststellen of een teef drachtig is. Tegenwoordig wordt echter meestal een echo gebruikt, omdat deze een betrouwbare en veilige methode is om een dracht te bevestigen en de ontwikkeling van de embryo’s te beoordelen.


Week 5 (29 tot 35 dagen):

In deze periode groeit de foetus van ongeveer 18 mm naar 30 mm. De aanleg van de meeste organen is grotendeels voltooid, waardoor de foetus minder gevoelig wordt voor schadelijke invloeden dan tijdens de embryonale fase. Toch kunnen ernstige infecties, vergiftigingen of bepaalde medicijnen nog steeds een negatieve invloed hebben op de verdere ontwikkeling.

De foetussen beginnen steeds meer op pups te lijken. Tanden, snorharen, tenen en nagels ontwikkelen zich verder. Ook zijn de uitwendige geslachtskenmerken in ontwikkeling en kan het geslacht worden onderscheiden. De oogleden sluiten zich en de eerste pigmentvorming van huid en vacht begint.

Het gewicht van de teef neemt geleidelijk toe en de hoeveelheid vruchtwater rondom de foetussen neemt sterk toe. De foetussen veranderen regelmatig van houding en positie in de baarmoeder.

Elke pup bevindt zich in een met vocht gevulde vruchtzak die bescherming biedt tijdens de ontwikkeling. Het buitenste vlies wordt het chorion genoemd en het binnenste vruchtvlies het amnion, waarin de foetus zich bevindt. Daarnaast spelen ook de allantoïs en de dooierzak een belangrijke rol bij de voeding, bescherming en afvalverwerking van de zich ontwikkelende foetus.

De positie van een foetus in de baarmoeder kan invloed hebben op de beschikbare ruimte en de ontwikkeling van de placenta. Een goed ontwikkelde placenta zorgt voor een efficiënte aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen, wat de groei van de foetus ondersteunt.

Uit onderzoek bij verschillende zoogdiersoorten blijkt dat vrouwelijke foetussen die tijdens de ontwikkeling tussen mannelijke nestgenoten liggen, kunnen worden blootgesteld aan kleine hoeveelheden testosteron. Dit fenomeen staat bekend als het intra-uteriene positie-effect. Bij sommige dieren kan dit invloed hebben op bepaalde gedrags- en persoonlijkheidskenmerken later in het leven. De relatie tussen blootstelling aan testosteron in de baarmoeder en eigenschappen zoals dominantie is echter complex en wordt beïnvloed door zowel genetische factoren als de omgeving waarin de pup opgroeit.

 


Week 6 (36 tot 42 dagen):

 

Na ongeveer zes weken heeft de foetus duidelijk het uiterlijk van een miniatuurhondje gekregen. De foetus is dan ongeveer 4 tot 5 cm lang en weegt enkele grammen.

In deze fase zijn veel uiterlijke kenmerken goed herkenbaar. De huidskleur, vachtontwikkeling, nagels en oogleden zijn zichtbaar en het skelet begint steeds verder te verharden. Hierdoor kunnen de botten vanaf deze periode op röntgenfoto’s zichtbaar worden, hoewel röntgenonderzoek voor het tellen van de pups meestal pas later in de dracht wordt uitgevoerd.

De hartslag van de foetus is goed ontwikkeld en kan onder bepaalde omstandigheden worden waargenomen of beluisterd. De schedel en andere delen van het skelet zijn steeds beter voelbaar.

De meeste organen zijn nu gevormd. Vanaf dit moment bestaat de verdere ontwikkeling vooral uit groei, rijping en verfijning van de organen en lichaamsfuncties. De foetus blijft voor zuurstof en voedingsstoffen volledig afhankelijk van de placenta. De longen zijn nog niet voldoende ontwikkeld om zelfstandig zuurstof op te nemen.


Week 7 (43 tot 49 dagen):

In deze week verhardt het skelet van de foetussen verder door de toenemende botvorming. Vanaf ongeveer dag 43 kunnen de skeletten meestal op röntgenfoto’s worden waargenomen. Tegen het einde van deze week kunnen bij sommige teven de eerste bewegingen van de pups voorzichtig worden gevoeld.

De buikomvang van de teef neemt nu duidelijk toe. Daarnaast wordt de beharing rond de melkklieren vaak dunner, waardoor de pups na de geboorte gemakkelijker de tepels kunnen vinden en drinken.

Elke pup bevindt zich in een met vruchtwater gevulde vruchtzak die bescherming biedt tijdens de ontwikkeling. Het binnenste vruchtvlies wordt het amnion genoemd. Hierin bevindt zich de foetus, omgeven door vruchtwater dat schokken opvangt en bescherming biedt.

Het buitenste vruchtvlies heet het chorion. Tussen het amnion en het chorion liggen de allantoïs en de dooierzak, die tijdens de vroege ontwikkeling een belangrijke rol spelen bij voeding, afvalverwerking en gasuitwisseling.

De allantoïs staat via de urachus in verbinding met de blaas van de foetus. De dooierzak is via de dooierzaksteel verbonden met de darm. Naarmate de dracht vordert, neemt het belang van de dooierzak af en wordt deze steeds kleiner.

De bloedvaten van de navelstreng vertakken zich in het chorion. Samen met het baarmoederslijmvlies van de moeder vormt dit vruchtvlies de placenta (moederkoek). Via de placenta worden zuurstof en voedingsstoffen aan de foetus geleverd en worden afvalstoffen afgevoerd.

 

 


Week 8 (50 tot 56 dagen):

In deze fase van de dracht staat vooral de verdere groei van de pups centraal. De organen zijn ontwikkeld en rijpen verder, terwijl de pups snel in gewicht en omvang toenemen.

Door de groeiende pups wordt de beschikbare ruimte in de buik van de teef steeds kleiner. Hierdoor kunnen de maag en andere buikorganen onder druk komen te staan, waardoor sommige teven minder grote maaltijden willen eten. Het is daarom vaak beter om meerdere kleine maaltijden per dag te geven.

De bewegingen van de pups zijn nu meestal duidelijk voelbaar en soms zelfs zichtbaar aan de buitenkant van de buik. Vooral wanneer de teef rustig ligt of ontspant, kunnen de bewegingen goed worden waargenomen.

 

Vanaf ongeveer dag 57 zijn de longen en andere organen voldoende ontwikkeld om de pups een redelijke kans op overleving buiten de baarmoeder te geven. Toch worden pups die vóór de normale draagtijd worden geboren nog steeds als prematuur beschouwd en hebben zij vaak extra zorg nodig.


 

Week 9 (57 tot 63 dagen):

Dit is de laatste week van de dracht en vaak een zware periode voor de teef. De pups nemen nu veel ruimte in beslag, waardoor de teef zich minder comfortabel kan voelen. Ze kan rustiger worden, minder eetlust hebben en vaker een geschikte plek zoeken om te bevallen.

De ontwikkeling van de pups is vrijwel voltooid. De longen, het spijsverteringsstelsel en andere organen zijn voldoende gerijpt om buiten de baarmoeder te kunnen functioneren. De pups blijven tot aan de geboorte nog wat groeien en komen verder op gewicht.

Vanaf ongeveer dag 57 hebben de pups een redelijke kans om buiten de baarmoeder te overleven. Toch worden pups die vóór de normale draagtijd geboren worden nog steeds als prematuur beschouwd en kunnen zij extra zorg nodig hebben. De meeste teven bevallen tussen dag 58 en 63 van de dracht, afhankelijk van het ras en het moment van de eisprong.

Pip met haar pups die op dag 59/60 zijn geboren. – A-nest.